Gekortwiekt
Afgelopen dagen liep ik regelmatig langs de volle terrassen op de Bossche Markt. Ik probeerde behendig – zonder al te veel op te vallen – te luisteren naar de gesprekken op het terras. Ik was namelijk benieuwd of er veel Portugees zou worden gesproken. Hoezo Portugees? Ik las in het BD dat onze Parade in Portugese handen was gevallen. Als dat zo is, dan kunnen ze ook oprukken naar de Markt, zover liggen de Parade en de Markt niet uit elkaar, dacht ik. En is Portugal niet haast failliet? Veel hebben ze in ieder geval niet te makke in dat zonnige oord. Dus op naar Nederland, waar het overigens ook niet al te rooskleurig is.
‘De Parade in Portugese handen gevallen’, het was ook een rare kop boven het artikel over het opnieuw bestraten van de Parade. Het klonk een beetje oorlogszuchtig eigenlijk. Ik zou ‘m zelf niet bedenken. Tja, dan sticht zo’n kop toch verwarring. Totdat ik het artikel begon te lezen. Ik las dat de herinrichting van de Parade vooral handwerk is. Portugees handwerk om precies te zijn. Bovendien moet het snel (dat is intussen een mantra geworden) en nauwkeurig en dat kunnen kennelijk alleen de Portugese stratenmaker.
Een Portugese stratenmaker legt met gemak 25 vierkante meter per dag. De directeur van het Geffense stratenbedrijf is dan ook blij met zijn Portugezen. En dat snap ik, het is ook puik en strak werk dat de Portugese stratenmakers leveren. En zo is beeld van de ‘gastarbeider’ uit de jaren zestig weer terug. Niets mis mee, dunkt mij. Laat ze dit maar niet horen bij de gekortwiekte gedoogpartner van de regering in Den Haag, want voor je het weet komen ze bij de PVV met een meldpunt voor Portugezen.
Gekortwiekt! Ik ben trouwens ook nogal gekortwiekt. Soms ga ik naar de Turkse kapper aan het Hinthamereinde, dé multiculturele winkelstraat van Den Bosch. Haarknippen kost bij de Turkse kapper tien euro. Alleen heeft deze kapper wel een andere kijk op een gedekt kapsel dan ik heb. Ik zei, toen ik in de kappersstoel had plaatsgenomen, dat ik niet hetzelfde kapsel wilde als de man in de andere stoel. Zijn haardos was intussen gemillimeterd, ofwel behoorlijk gekortwiekt.
De kapper lachte en zei dat hij begreep wat ik wilde. Mijn geloof in een goede afloop groeide. Ik zette mijn bril af en gaf me over aan de handen van de kapper. Ik zag mijn beeltenis wazig worden in de spiegel. De knipvaardige kapper, met zijn niet aflatende glimlach, liet zijn schaar soepel het werk doen. Grote haarvlokken zag ik naar beneden dwarrelen, alsof het sneeuwde. Ik zag het niet scherp, maar scherp genoeg om te zien dat halverwege het knippen mijn haar wel heel kort zou worden geknipt. Ik zei bijna wanhopig tegen hem: niet te kort, jongeman. Tevergeefs! Hij was niet meer te stoppen, verslaafd aan zijn kappersvak werd met de precisie van de Portugese stratenmaker op de Parade mijn haardos gekortwiekt. Turken en Portugezen hebben kennelijk iets gemeen, ze zijn beide vakgericht bezig!
